Ons Dorp

Ons Dorp

 

Eens zijn zij uit de mist gekomen,

en toefden in de tak der stromen.

Van Rijn en Ammer zo het heet.

Hier staken zij hun eerste spade,

terwijl zij door de modder waadden.

Hier bouwden zij hun eerste keet.

In welk jaar is dit geschied?

We gissen wel maar weten niet.

 

Aan de ene zij de trage stroom

Moeras en woud ter and’re zijde.

Hier was het dat ons dorp ontstond.

Het was in heel heel oude tijden.

 

Zij gingen vissen in stroom en plas,

zij jaagden ’t wild door woud en dras.

Hun woonstee werd van steen en riet.

Omringd door kaden en door dijken.

Want wreed kon soms het stormgetij

haar gesel over de delta strijken.

 

Zo leerden uit der tijden nood

Dit volk door strijd en lijden groot.

De machte der wat’ren te bedwingen

Zij trokken door het hele land

En bouwden dijken, groeven, grachten.

Ter visvangst gingen and’ren weer

en kleine snelle schepen brachten

hen hoog naar het noorden keer op keer

Hier was de reuze vis de buit

waarop zij jaagden, fel belust.

In deze strijd zo ongelijk,

is mening leven uitgeblust

 

Zo is dit oud en mooi verhaal,

uit een heel ver en vaag verleden.

Van mensen sterk en hard als staal

Al dromend uit de pen gegleden.

Nu is de tijd in vlakke baan

de hardheid is er afgeslepen.

Maar toch zal soms ons denken gaan,

naar hen die naar de mid’len grepen.

om iets te maken uit het niet.

Ons dorp is door hen gemaakt

Wij aanvaarden dankbaar het gegeven.

Laat het voor ons een voorrecht zijn

in Ammerstol te mogen leven.

 

A. Brand Gzn  Juni 1964