“Dominee Hugenholz ging met een bootje naar de rijnaak toe”

Per e-mail vanuit Amerika ontvangen we het ooggetuigenverhaal van de destijds 6-jarige Frans de Jong.

Hallo, mijn naam is Frans de Jong. Oorspronkelijk woonde ik in Ammerstol.

Ik heb met belangstelling een artikel gelezen op de website over het onderwerp van de vele evacués uit Veenendaal die in Ammerstol onderdak vonden. Ik zelf kan me dat nog goed herinneren hoewel ik zes jaren oud was. Wij hadden een echtpaar met twee kinderen en een echtpaar, wat je nu ouden van dagen noemt. Ik herinner me dit heel goed omdat later na afloop van de oorlog we vele malen bij elkaar op bezoek zijn geweest en ik altijd met plezier terug denk aan hen ik zal proberen om het een en ander in samenvatting te brengen en aan de e-mail toe te voegen. Vergeef bij voorbaat mijn slechte spelling, omdat ik al jaren in Texas woon en alleen nog correspondeer met mijn broer en zuster en die hebben me al vergeven. Met Hollands kom je hier niet ver. Laat me horen of er enige interesse is.

Vriendelijk groeten van,

Have a good day,

Frans de Jong

 

“Dominee Hugenholz ging met een bootje naar de

rijnaak toe”

 

Oorlogsjaren

Herinneringen van vroeger

Ik las een artikel op een website die ik soms nasla, op zoek naar oude kaarten van vertrouwde plaatsen. Er kwamen me een hele serie gezichten van vroeger voor mijn geest. Namen waren niet de hoofdzaak, maar de gezichten: die kon ik niet loslaten. Ik was zes jaar toen we op een morgen wakker werden en heel ons dorp Ammerstol onder dikke rookwolken lag. Half verbrande papieren dwarrelden neer. Later bleek dat dit afkomstig was van administraties van bedrijven in Rotterdam.

We hoorden al snel dat de Duitsers ’s nachts Rotterdam hadden gebombardeerd. Mijn ouders -Jan de Jong Fzn en Johanna de Jong-van den Dool – waren erg verontrust over de broer van mijn moeder die in Rotterdam woonde.

Gelukkig kwam mijn oom Gerrit van den Dool al snel op de fiets vanuit Rotterdam. Hij vertelde ons dat in de omgeving waar hij woonde, niets was gebeurd. Maar het centrum van Rotterdam stond in brand en was verwoest. Ook hoorde ik zeggen dat er erg hard gevochten werd op de Grebbeberg. Ik weet de volgorde van alles wat er gebeurd is niet meer zo goed. Ik kon het gewoon niet allemaal goed begrijpen. Later werd er ons verteld dat er rijnaken op de Lek lagen, vol met mensen. Ook werd verteld dat er geen voedsel en water genoeg was.

Onze dominee, ds. Hugenholtz, was al snel met een bootje naar de rijnaken gevaren. Hij kwam terug met de mededeling dat het vluchtelingen waren uit Veenendaal en omstreken. En ze hadden snel hulp nodig. Ik weet me nog te herinneren dat alle bakkers van het dorp snel veel brood bakten en dat het met bootjes en parlevinkers naar de rijnaken werd gebracht.

 

Als beesten

Ook bleek dat er al een paar kinderen waren geboren op die schepen en dat er geen dokters of verdere verpleging aan boord was. De toestand was ondraaglijk voor die mensen die vervoerd werden als beesten zonder enige voorziening en met alleen maar een klein koffertje met wat kleren. Snel werd besloten om de mensen aan land te brengen en onderdak te geven. Ik kan me nog herinneren dat mijn vader met een vrouw en een man met twee hele kleine kinderen thuiskwam die verder bij ons bleven logeren. We hadden geen groot huis. Maar wij als kinderen sliepen dan maar op de grond, op wat veldbedden.

Later in de week kwam er nog een echtpaar bij, ouden van dagen die eerst elders waren ondergebracht, maar dat huis was te klein voor gehandicapten en daar moest wat aan gedaan worden. Dus bracht mijn vader ze ook bij ons thuis onder.

De oude man was al een beetje zwak van geest (naar mij verteld werd) en wilde de straat op om te vechten. Maar omdat hij niet meer zo goed kon lopen kwam hij niet ver. Hoelang ze bij ons gelogeerd hebben kan ik me niet meer herinneren. De man heette Kees en zijn vrouw Beth. De dochter heette Betsie en de jongen was Kokkie, tenminste zo noemde ik hem. Vader Kees is later op de f ets naar Veenendaal terug gegaan om te kijken wat er nog over was van zijn timmerbedrijf

 

Verdriedubbeld

Er bleken steeds meer mensen bij te komen en men zei dat de bevolking van Ammerstol verdriedubbeld was. Ik wist niet dat er zoveel mensen waren en die bleken allemaal vreemden. Kees zei dat alles in Veenendaal in redelijk goede staat was en dat ze zodra het kon en mocht wilden vertrekken. De oudere mensen hadden geen haast, tot hun kinderen eindelijk kwamen opdagen. Die kinderen hadden alle dorpen afgezocht naar hun ouders. Vreemde mensen kwamen langs de deur met foto’ s en vroegen: “hebben jullie deze mensen ergens gezien of hebben jullie iets gehoord?”, want het was moeilijk om uit te vinden waar je familie was. Het was een verwarrende toestand en vooral toen een paar mannen, die onder de wapenen waren, terug kwamen lopen van Rhenen en ons de treurige en verwarrende afloop van hun verloren oorlog vertelden.

Gelukkig kwamen al onze soldaten levend terug. We hoorden veel van hun verhalen.

Toen kwamen ook de verhalen over Rotterdam los en dacht iedereen dat de wereld aan het vergaan was.

Duitsers hebben we niet veel gezien in de eerste jaren bij ons in Ammerstol. Die kwamen pas later, want er was in ons dorp toch niets te stelen of te vorderen. Bovendien zongen ze dat ze naar Engeland moesten varen. Hadden ze dat maar gedaan, dan was het misschien eerder afgelopen geweest. Uiteindelijk vertrokken de Veenendalers weer naar huis. Wij hebben lange tijd contact gehouden en later, na de oorlog, toen ik veel op de fiets erop uittrok en naar de Veluwe ging om te kamperen, ben ik nog vele keren op bezoek geweest in Veenendaal en ik heb altijd een hartelijk welkom gehad. Veel later heb ik nog gehoord dat Kokkie als kok op een schip de wereld rondtrok. Ook zijn een dochter en zoon van het oudere echtpaar nog bij ons geweest, nadat hun vader en moeder, ( na afloop van de oorlog) gestorven waren in hun eigen huis.

Het is allemaal zo lang geleden, maar ik zie de gezichten van onze toenmalige vrienden nog steeds voor me.