Daar kwam dus verkering van

“Daar kwam dus verkering van” door Mevr J. Dubbeldam – te Hennepe

 

“Mijn moeder is in die tijd met een van die zwarte stoffige kolenschuiten vanuit Veenendaal hierheen gekomen over de Lek. Ze kwam samen met haar moeder, die al vroeg weduwe was en acht kinderen had groot gebracht. Mijn moeder was toen geloof ik 24 en samen met haar broer nog als enige thuiswonend. Haar zus, mijn tante dus, met haar drie kinderen was er ook bij. Eerst kwamen ze terecht aan de Achterweg bij de familie Fransen. Die

hadden zelf ook drie kinderen, twee dochters en een zoon. Achter hen woonde de familie Stichter.

Toen waren de huizen aan de Achterweg namelijk in tweeën bewoond. Je had “voor” en je had “achter”. Je begrijpt, het was niet ruim. Mijn moeders’ zus met de drie kinderen werd al gauw elders ondergebracht. Het werd allemaal verdeeld. Zij kwam bij bakker Jan te Hennepe terecht aan de Lekdijk 98, het eerste huisje van de ‘Bollestoep’ af. Het was een onzekere tijd. Ze wisten niet wat ze tegemoet gingen.

Ze mochten, naast de paar laagjes kleding die ze over elkaar hadden aangetrokken, maar weinig handbagage meenemen. Ze hebben hier, denk ik, toch wel een paar weken doorgebracht. Ze heeft ongetwijfeld in de kerk gezeten die Pinksterzondag met ds.Hugenholtz en ds. Kok uit Veenendaal. De meeste van mijn moeders familieleden kwamen hier in Ammerstol en in de Achterbroek, Berkenwoude terecht. Mijn oom

Teunis en tante Jo bijvoorbeeld zaten op de boerderij van de familie Opschoor in de Achterbroek.

 

Romance in 1943

Mijn moeder ging wel eens naar haar zus die bij bakker Te Hennepe aan de Lekdijk was. De zoon des huizes, Koos te Hennepe, was op dat moment nog helemaal niet “in beeld”. Dat kwam pas enkele jaren later toen de beste vriendin van mijn moeder trouwde met een man uit Vlist. Dat was in 1943. Toen ze daar op bezoek ging wilden ze nog eens kijken waar ze waren opgevangen. En zo kwamen ze op de Lekdijk Koos te Hennepe, mijn vader dus, tegen. Die wilde hen graag alles nog eens laten zien. En zo ontstond een verkering. Ze fietsten heen en weer naar Veenendaal met brood en kwamen met andere zaken uit Veenendaal terug. Die oorlogsjaren fietste mijn moeder ook wel eens, samen met een vriendin, naar Ammerstol. Op 21 juli 1945 vond het huwelijk van mijn ouders plaats in Veenendaal. Alles was nog op de bon. Maar toch werd er wel een feest van gemaakt.

Mijn moeder maakte in die oorlogsjaren wel een lastige periode door. Ze werkte in een Veenendaalse ijzerwarenfabriek en –winkel. Daar zat ze gevangen tussen twee vuren. In hetzelfde pand waar boven enkele Duitsers ingekwartierd waren, zat beneden een groep mannen van de ondergrondse ondergedoken! Het was voor

haar een gespannen toestand, dat begrijp je. Ik denk dat ze daar nog wel een beetje een trauma van heeft over gehouden, want zo vreselijk veel vertelde ze er nooit over”.