Het geloei van koeien zit nog steeds in mijn geheugen

Het geloei van koeien zit nog steeds in mijn geheugen” Door Piet Schilt

De heer Schilt: “Vanaf 1 april 1940 gingen wij (vijf jongens), na de Ammerstolse lagere school, naar de ULO in Schoonhoven. Omdat die school gevorderd was door het leger, kregen we, als eerste klas, les in de toneelzaal van de Stadsherberg aan de Opweg. Ook op vrijdag 10 mei 1940 gingen wij, plichtgetrouw, naar

Schoonhoven. Maar daar kregen wij te horen dat er geen les was in verband met ‘de oorlogstoestand’.

Teruggekeerd op het dorp werden ze bij het gemeentehuis staande gehouden. “We kregen het verzoek briefjes huis-aan-huis te bezorgen: de officiële opening van het Raadhuis ging die middag niet door. De Commissaris van de Koningin kon in verband met de oorlog, Den Haag niet verlaten.”

De volgende morgen lagen er al schepen met evacués uit Rhenen voor Ammerstol. Schilt: “Via de veerman -Kees Blanken- vernam mijn vader dat er familie van ons aan boord was. De oudste broer van mijn moeder

woonde namelijk in Rhenen.Mijn vader ging naar de burgemeester met het verzoek ze van boord te mogen halen. Deze antwoordde zeer diplomatiek: ‘Als je ze haalt, heb je ze.”

Dankzij de medewerking van de veerman kwamen mijn oom en tante bij ons in huis.

Het jaar daarvoor hadden we met onze moeder nog een week bij hen gelogeerd, waarbij wij als drie oudste kinderen een bezoek brachten aan de nieuwe dierentuin van Rhenen.

De boten uit Rhenen voeren over de Lek door naar Lekkerkerk.

’s Middags lagen er al weer andere boten, die door Duitsers beschoten werden. De school werd als noodziekenhuis ingericht voor de slachtoffers. Omdat Ammerstol toen maar twee EHBO’ers had -mijn vader

en Wim Zanen- werd hij voor de verzorging opgeroepen. Omdat verder varen niet verantwoord was, kwamen evacués van boord en werden in Ammerstol ondergebracht. Met bussen werden ze verder de Krimpenerwaard in vervoerd. ’s Avonds moesten toch velen de nacht doorbrengen in de kerk van Ammerstol. Duizenden koeien werden uitgeladen op de Snackert. Op die boten bevonden zich ook onze neven Kees en Jan, met de

(stamboek-) veestapel van hun ouders. Deze neven werden in Lekkerkerk ondergebracht”.

“Dagen- en nachtenlang hoorden we bijna niets anders dan het geloei van koeien, die niet op tijd gemolken werden. Het geluid ging door merg en been. Een geluid dat nog steeds in mijn geheugen is gebleven. Mijn vader- een van de weinige mannen die konden melken- heeft daar dagenlang doorgebracht. In het begin kwamen de inwoners en evacués met pannen en emmers melk halen, maar tenslotte liet men de melk gewoon weglopen”.