Gedicht uit de fles deel 5


Den Lezer heil !

1929, 2 maart hebben we gedacht
om voor het nageslacht
in een flesch gevuld met gedichten
u eens even toe te lichten.
Hoe dit werk wordt verricht
vindt je verder in dit gedicht.
Allang reeds wilden de kerkheren
De kerk weer eens restaureeren
Diep hadden ze in hun zak getast
en alles bij elkaar gepast.
En met het begin van ’t jaar
hadden ze ’t zaakje voor mekaar.
Dit zij dan even toegeprezen
dat aan H. de Jong en Gebrs. Brand
het schilderwerk was toegewezen.
Zodat in volle eendracht
het werk werdt volbracht.
Ook de knechts van Kok die werkten er an
want Kok die was de timmerman.

Een toevlucht was dit bedehuis
want buiten was het lang niet pluis
Want zoals nog nooit te voren
heeft het dit voorjaar toch gevroren

De Lek die zat al weken dicht
Zoiets vergeet je dan ook niet licht
De werkloosheid die was groot
En steeds nog hooger stijgt de nood
Maar wij hebben in de warme kerk
de gehele winter plentie werk
Wij kunnen zingen nog en fluiten
terwijl de oostenwind waait buiten.
Dus zijn wij dan zonder zorgen
de geheele winter opgeborgen.
En nu tot slot nog maar één ding.
‘k wil schrijven van de ontwapening.
Hugenholtz, de dominee van de kerk
is voorzitter van het het vredeswerk.
Dus hopen wij wanneer gij dit moogt zien
er in uw tijd geen oorlog meer mag wezen.
Zoo hopen wij dat in de lengte der dagen
zijn werk vruchten mogen dragen.
Nog even zij hierbij vermeld
dat alles naar waarheid is verteld.

 

2 Maart 1929
A.M. Brand
Schilder Ammerstol