den dood op de fiets

Wij – Ruth en Abel de Jong – zijn in 1969 op Ammers komen wonen. We zijn lange tijd weggeweest, maar nu weer terug. Ik moet nog wel eens aan vroeger denken. Toen schoot mij het volgende voorval tebinnen.

Cor en Rika Pijl woonde op de Nieuwe Weg naast het politiebureau waar dhr. Veen de scepter zwaaide. Hij was een man van onbetwist gezag. Maar ook met een grote wetskennis. Dat blijkt uit het volgende voorval dat omstreeks 1971 plaatsvond.

Ik had voor Cor Pijl een paar karweitjes gedaan. Cor vroeg hoeveel hem dat kostte. Ik zei dat het gratis burenhulp was. Nee, dat kon niet. Of ik dan een gebruikte fiets wilde hebben. Dat was goed. Een nog in redelijke staat verkerend rijwiel verwisselde van eigenaar. Die fiets kwam bij ons in gebruik en stond meestal aan de dijk tegen het daarvoor getimmerde hekje waarover veel te doen geweest is. Maar daarover een andere keer.

Wij zitten op een zaterdagochtend te eten toen een bewoner van de Capellelaan die de bijnaam “Den Dood” had met een boos gezicht op de deur klopte. “De Jong, “zei hij, “jij hebt mijn fiets gestolen! Ik ben hem al een poos kwijt maar nu staat hij bij jou voor aan den dijk.”

Verbazing uiteraard. Ik heb Cor Pijl er meteen bijgehaald. Rika volgde hem op de voet en begon op een afstand al te jammeren.

Wat bleek: de fiets was door een onbekende op de Capellelaan ontvreemd. Deze had de bus nog willen halen en een fiets gepikt. De bushalte was vlak voor het Gebouw. De fiets had betrokkene tegen de heg voor het huisje van Cor en Rika gesmeten. Zo stond hij daar al een hele poos totdat Cor er Van Veen over aanspraak. Deze citeerde de Wet: “Als een onbekend voorwerp zich zes weken en een dag onder jouw beheer bevindt, mag je het houden”.

Even later reed Den Dood tevreden op zijn herkregen fiets naar huis.

 

Abel de Jong.