Matrassenruil

In 1969 kwamen wij op Ammers wonen in het huis Lekdijk 124 onder de grote Acacia. Ons meubilair was een ratjetoe van allerhande gevonden en gekregen spullen. Zo ook de ‘matrassen’ op het echterlijk bed. Deze vormeloze zakken waren nog van vooroorlogse makelij en met kippenveren gevuld. Die veren waren in de loop der tijd tot stof vergaan. De overtrek vertoonde gaten en het was op onze slaapzolder een stofboel van jewelste. Zelfs voor ons te erg. Nieuwe matrassen kopen? Te duur. Tot op een zomeravond – ik denk omstreeks 1972 – vanzelf de oplossing kwam voor onze problemen. Het was de vooravond van het ophalen van het groot vuil. Op de dijk zien wij tegen een lantaarnpaal, ongeveer tegenover de 4=6, een paar matrassen staan van een gerenommeerd merk. Zagen er nog netjes uit. Zwaar en degelijk. Geen akelige vlekken.

Tegen het middernachtelijk uur hebben wij die matrassen, naar wij dachten, ongezien naar binnen gehaald. Onze oude matrassen ervoor in de plaats gelegd ook weer tegen die lantaarnpaal aan. Het bed daarna weer opgemaakt. Wij verheugden ons al op de komende nacht in diepe rust op merkmatrassen.

 

Het verliep anders.

Direct na het in bed stappen bleek dat de matrassen vreemde muzikale geluiden produceerden. Tonen van verschillende hoogte, die je bij iedere beweging, hoe licht ook, hoorde. Deze ‘Nachtmusik’ werd veroorzaakt door gebroken stalen binnenveren, waarvan de einden tegen elkaar aan kwamen. Een ernstiger tekortkoming nog was het feit dat deze gebroken veren met hun vlijmscherpe uiteinden door de tijk heenstaken. Als je bewoog liep je kans aan zo’n vleeshaak vastgeslagen te worden. Om half twee in de nacht viel de voor ons toch wel moeilijke beslissing: deze matrassen zijn nog slechter. In nachtkledij gehuld hebben wij de gevonden matrassen de dijk weer opgezeuld en onze oude matrassen maar weer teruggesleept.

 

Is dat alles inderdaad ongezien verlopen? Nee! Onze overbuurman met de bijnaam ‘Dikke Gerrit’ (Looren de Jong) liep in de Ziektewet. Hij kon vaak de slaap niet vatten en ging dan maar voor het raam zitten. Hij heeft de hele operatie gezien en er – naar ons later bleek – smakelijk om moeten lachen.

 

Ruth en Abel de Jong.